Hoe kies je uit de vele VoIP aanbieders
Je hebt een SIP trunk nodig indien je met VoIP wilt gaan bellen. Zo’n account kun je aanvragen bij een ITSP (Internet Telephony Service Provider), vraag hun om een trunk of een sip account.
Een SIP trunk dien je in je VoIP telefoon of je VoIP telefooncentrale in te programma zodat je de trunk kan gebruiken om naar buiten te bellen. Hierdoor zal je vanaf dat moment kosten gaan besparen bij het bellen naar externe nummers.
Als je ook een telefoonnummer aan je SIP trunk gekoppeld wilt hebben zul je dit moeten aanvragen via je ITSP. Meestal staat hier wel een maandelijkse vergoeding voor. Als je dan de kosten vergelijkt tussen traditionele abonnementen en de nieuwe kosten zie je vaak dat je voordeliger uitbent. Had je vroeger 1 lijn bij analoog, 2 kanalen bij ISDN en 30 kanalen bij ISDN30 heb je deze beperking niet bij VoIP (mits je IP PBX dit ondersteund). Als je niet meer de beperking van lijnen of kanalen hebt kun je je voorstellen dat je kunt besparen op de abonnementsgelden die je voorheen aan het telefoniebedrijf moest betalen.
Let vooral op de verschillende diensten die de diverse VoIP aanbieders aanbieden. Kijk of je deze dienst zelf in je centrale kunt regelen of beter kunt inhuren bij zo’n aanbieder. Check even of de helpdesk wel jouw verwachtingen aankan.
Controleer of alle mogelijkheden die je wilt gaan toepassen ook wel als mogelijkheid op de keuzelijst staat. Uitgaande en inkomende nummerherkenning, het kunnen bellen van 0800 en 0900 nummers, faxen versturen en ontvangen, etc.
Sommige VoIP aanbieders hebben een beperking op hun trunks, bijvoorbeeld 4 gelijktijdige gesprekken uitgaand of binnenkomend. Je kunt dit op zijn minst raar noemen. Het is net een voordeel van VoIP dat hier geen maximum aan verbonden zit. Let hier goed op om vervelende situaties te voorkomen.
Welke codecs ondersteunen je providers. Spraak kan worden gecomprimeerd door het kiezen van bepaalde codecs. De naamgeving van VoIP codecs wordt meestal aangegeven met G.7xx. Codecs verschillen in prijs en kwaliteit en compressie mogelijkheid. Een dure codec zorgt er meestal voor dat je met goede kwaliteit minder capaciteit nodig hebt. Kijk even na of de gekozen telefooncentrale en voip telefoontoestellen dit wel ondersteunen. Als je verschillende codecs gebruikt zal het systeem de verschillende codecs moeten gelijktrekken, dit noemt men transcoderen, transcoderen kost veel processortijd. Als deze het gemakkelijk aankan qua rekencapaciteit heb je niets te vrezen maar het moet niet zo zijn dat de processor overbelast word door het berekenen van de omvorming van de ene codec naar de andere. Vraag bij je eigen VoIP consultant na hoe deze een goed advies kan geven. Via google en andere zoekmachines kun je ook veel artikelen vinden over dit onderwerp. Misschien schrijf ik hier ook nog eens een artikel over.
Laatste maar niet onbelangrijkste tip is na te gaan hoelang je contractueel vastzit aan de gekozen VoIP aanbieder. Vooral of je makkelijk kunt over gaan naar een andere VoIP aanbieder. Van te voren de voorwaarden hierover doorlezen is verstandig.